facebook twitter whatsapp mail
Bijbel Open

© Evangelische Omroep Algemene voorwaarden

Niet graaien, maar delen

Exodus 16 - Brood uit de hemel‌

Een engelenontbijt‌

Exodus 16:15,16 - 'Wat is dat?' vroegen de Israëlieten elkaar toen ze het zagen; ze begrepen niet wat het was. Mozes zei tegen hen: 'Dat is het brood dat de HEER u te eten geeft. De HEER heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft. Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont.'

Ik was op bezoek bij een jonge vrouw die een buitengewoon zware periode achter de rug had. Het ontbrak haar toen aan de kracht en de moed om te bidden. Gelukkig kon ze uit onderstaand stukje heel veel troost putten.

Het is een stukje uit de Bijbel. Het staat in het boek Exodus, het tweede Bijbelboek. Hierin wordt verteld over de reis van het volk Israël vanuit Egypte door de woestijn naar Kanaän. Die reis duurde veertig jaar lang. Het was een moeilijke tijd.

Tijdens de reis door de woestijn kreeg het volk op een wonderlijke wijze eten van God. Elke dag lag er manna rondom de tenten. De woestijn was dan bedekt met een fijn, schilferachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag. En je kon het opeten!

Eén van de psalmisten heeft dat manna een prachtige naam gegeven: koren uit de hemel, brood van de engelen. Brood in de hemel gemaakt en door de engelen bezorgd!

Toen Jezus eens in een toespraak aan de mensen vertelde wie Hij was, gebruikte Hij het manna als voorbeeld. “Ik ben het Brood dat uit de hemel is neergedaald,” zei Hij. Paulus noemt het manna geestelijk voedsel. Geestelijke kracht die God ook na de woestijntijd elke dag weer geeft.

Zo zie je dat manna in de geschiedenis een begrip is geworden. Mensen geven er ook mee aan dat God op een wonderlijke manier elke dag voor hen gezorgd heeft. Misschien heb jij dat ook al eens meegemaakt. God zorgde voor uitkomst: manna!

En dan nog iets. De Israëlieten mochten maar voor één dag manna inzamelen. Als ze meer manna meenamen, was het de volgende dag bedorven. Ze mochten wel manna meenemen voor een ander. Voor iedereen die bij hem of haar in de tent woonde.

Dat laatste had de jonge vrouw heel bewust ervaren. Toen zij niet in staat was om te bidden en God te vragen om kracht en troost, deed haar man dat voor haar. Soms zat haar man diep in de put. Dan deed zij het voor hem.

Manna bezorgen bij een ander. Een engelenontbijt.

Gebed - 'Here, leer mij ook op U te vertrouwen. Geef mij elke dag mijn dagelijks brood. En leer ook mij een engel te zijn in deze tijd door manna te bezorgen bij een ander. Amen.'

Deze tekst komt uit de bundel 'Geloof dat maar' van Arie van der Veer.

Lied - ik wil jou van harte dienen‌